aarsopening

vrouwelijk (de)/'arsopənɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de opening aan het eind van de endeldarm en aan het eind van het spijsverteringskanaal waardoor afvalstoffen het lichaam verlaten
    Door de brandende jeuk zweette hij voortdurend tussen zijn billen, het peperkleurige haar rond zijn aarsopening raakte uitgebeten en verloor op den duur zijn krul.
    De dieren onderscheiden zich in bouw en fysieke gesteldheid niet van normaal gekleurde soortgenoten. Wel ontbreken de witte haren op de onderlip en is de spiegel -de kenmerkende lichtgekleurde haardos rond de aarsopening- nauwelijks zichtbaar. Behalve zwarte reeën zijn er ook rood-witte, zwart-witte en geheel witte reeën gesignaleerd.