aars
mannelijk (de)/ars/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (ook aarsgat) anus
- bij uitbreiding: achterwerk
Etymologie
* In de betekenis van ‘anus’ voor het eerst aangetroffen in 1410
Vertalingen
Engelsanus, arse
Spaansano, culo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek