aanwijzingsbevoegdheid
vrouwelijk (de)/'anwɛɪzɪŋzbəvuxthɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- recht van een bewindspersoon om in een concreet geval een aanwijzing te gevenDe inspectie heeft er geen vertrouwen in dat het bestuur op korte termijn alles oplost. Daarnaast onderzoekt de inspectie of al het onterecht uitgegeven geld terugbetaald kan worden. De inspectie adviseert de minister om gebruik te maken van zijn aanwijzingsbevoegdheid, zo staat in het rapport. Het bestuur "wordt op een later moment geïnformeerd over het vervolg".Hij heeft wel een aanwijzingsbevoegdheid om dat te doen. De PvdA, met in haar kielzog enkele andere partijen, wilde dat hij daar gebruik van maakt en gaat misschien nog een motie indienen. 'U brengt mij in een lastig parket. Deze bevoegdheid wordt nooit uit de kast gehaald en dat wil ik zo houden.', zei Opstelten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek