aanwijzer
mannelijk (de)/ˈaɱwɛizər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die aanwijst
- voorwerp waarmee men kan aanwijzen of dat iets aanwijst
- (wiskunde) exponent
Etymologie
* van aanwijzen
Vertalingen
Spaansindicador, indicadora, exponente
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek