woorden
boek
Start
›
A
›
aanwezigheidsperiode
aanwezigheidsperiode
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het tijdsbestek dat men ergens is of verblijft
Verwante woorden
aanw.
aanw. vnw.
aanwaai
aanwaaide
aanwaaiden
aanwaaien
aanwaaiend
aanwaaiende
aanwaait
aanwaggelen
aanwaggelt
aanwakker
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aanwezigheidslijsten
aanwezigheidsperiodes →