aanwenden

/ˈaɱwɛndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) gebruikmaken van
    Je kunt deze methode aanwenden om het wiskundige probleem op te lossen.
    Hij wendde zijn autoriteit aan om zijn eigen zin door te drijven.

Vertalingen

Engelsuse, employ, apply
Spaanshacer uso de, emplear, usar