aanvangsfase

vrouwelijk (de)/'anvɑŋsfazə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. periode in het begin
    Het is wel duidelijk dat PSV in de aanvangsfase van de competitie nog zoekende is. "Als spelers vertrekken, heeft dat invloed op het elftal. Je begint het seizoen met wijzigingen. Dat is een proces met vallen en opstaan. We hebben een goed team staan, zijn goed met elkaar bezig. Je moet vertrouwen hebben in kwaliteit."
    Op het door de regen loodzwaar geworden EK-parkoers liet Ingebrigtsen in de aanvangsfase de Turkse titelverdediger Kaan Kigen Özbilen en zijn landgenoot Aras Kaya het werk doen. In de slotfase meldde de Noor zich vooraan.

Vertalingen

Engelsstart-up situation, initial phase