beginperiode

vrouwelijk (de)/bə'ɣɪnperijodə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het eerste deel van een tijdvak
    Een eigen onderdak en archief ontbraken nog in die beginperiode. „Maar intussen zitten we alweer jaren in de Van Buuren Stee aan de Appelhofdwarsstraat, waar we wisselende exposities presenteren.
    Terugkijkend op de beginperiode van de band, zegt Fleetwood dat ze het goed hebben gedaan. „We plaveiden een fantastische muzikale weg waar veel mensen van hebben genoten.”

Vertalingen

Engelsinitial period