aanstrijken

/ˈanstrɛikə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) langs iets strijken
    De snaren van een viool worden aangestreken met behulp van een strijkstok.
  2. ov, bouwkunde (ov) (bouwkunde) voegen, dichtsmeren
  3. ov (ov) doen ontbranden
    Hij probeert een lucifer aan te strijken, maar de kop ketst af.

Vertalingen

Engelsplaster, rub
Spaansfrotar