aanstekelijkheid

vrouwelijk (de)/an'stekələkhɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de mate waarin iemands stemming, mening of gedachte gemakkelijk op anderen overgaat
    Pas door de aanstekelijkheid van zijn geluk werd Quispel aantrekkelijk voor meisjes.
    "Het was ongelooflijk hoe ze dat onderwerp hebben aangepakt", glundert Kodde. Zijn leerlingen Lianne Klein Schaarsberg en Floor Beldman onderzochten vorig jaar de aanstekelijkheid van lachen en welke factoren het 'meelachen' bepalen.

Etymologie

* afleiding van aanstekelijk

Vertalingen

Engelscontagiousness