aanspreker

mannelijk (de)/ˈansprekər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) de aanzegger van een sterfgeval en de persoon die de begrafenis of crematie regelt
    De aanspreker maakte het plotselinge overlijden van Petra bekend.

Etymologie

*afgeleid van aanspreken

Vertalingen

Engelsundertaker's man
Franscroque-mort
DuitsAnsprecher, Begräbnisbitter, Leichensager
Spaansempresario de pompas fúnebres
Zweedsbegravningsman