aansprakelijkheid

vrouwelijk (de)/anˈsprakələkˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verantwoordelijkheid, vervolgbaarheid
    Vanwege technische redenen, de aansprakelijkheid, heeft de directie van toi besloten zich ten opzichte van deze trieste zaak op de achtergrond te houden.
    Toen mama me had geholpen het materiaal op te halen en het document over financiële aansprakelijkheid had ondertekend, ging ik aan de slag, vol goede verwachtingen.
  2. verplichting om zich te verantwoorden

Etymologie

*Afgeleid van aansprakelijk .

Vertalingen

Engelsliability
Fransresponsabilité
DuitsHaftpflicht, Verantwortlichkeit, Haftung
Spaansresponsabilidad
Italiaansresponsabilità
Portugeesobrigação
Russischответственность
Poolsodpowiedzialność
Zweedsansvar
Deensretligt ansvar