aanspannen
/ˈanspɑnə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) voorspannenToen het hard begon te waaien moesten we de scheerlijnen van de tent extra aanspannen.
- (ov) (een rechtszaak) beginnenAls u niet binnen 8 dagen betaalt moet ik een rechtszaak tegen u aanspannen.De keiharde bewijzen waarmee ik een rechtszaak kan aanspannen tegen de verantwoordelijke hiervoor ontbreken.
Uitdrukkingen
- Tegen iemand een rechtszaak aanspannen — een rechter een uitspraak laten doen in een conflict
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek