aanspannen

/ˈanspɑnə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) voorspannen
    Toen het hard begon te waaien moesten we de scheerlijnen van de tent extra aanspannen.
  2. ov (ov) (een rechtszaak) beginnen
    Als u niet binnen 8 dagen betaalt moet ik een rechtszaak tegen u aanspannen.
    De keiharde bewijzen waarmee ik een rechtszaak kan aanspannen tegen de verantwoordelijke hiervoor ontbreken.

Uitdrukkingen

  • Tegen iemand een rechtszaak aanspanneneen rechter een uitspraak laten doen in een conflict