aanslepen

/ˈanslepə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) met moeite of in grote hoeveelheden aandragen
    Ze hadden een flinke lading brandhout aangesleept uit het bos.
  2. lang duren
    De discussie sleept al lang aan.
  3. achter zich ~: met zich meetrekken
    Ze sleepte twee kinderen achter zich aan.
    ' 'Heb je bedacht datje ooit weer zult kunnen lopen?' 'Misschien kan ik mijn ene voet achter mij aanslepen.

Vertalingen

Duitsheranschleppen, anschleppen, herbeischleppen
Spaanstardar