aanslaan
/ˈanslan/
Betekenis
werkwoord
- even tegen iets slaan
- op militaire wijze groetenDe jonge soldaat moest bij iedere meerdere die hij tegenkwam de hand tegen de klep van zijn pet aanslaan.
- (ov) in beslag nemen
- gewaardeerd wordenHet nieuwe product sloeg goed aan er werden direkt enorme aantallen verkocht.
- (ov) aanplakken
- (ov) ten verkoop bieden
- waarschuwend blaffenDe grote boerderijhond sloeg aan toe we het erf opkwamen.
- beginnen te lopenNa vele startpogingen sloeg de motor eindelijk aan.
- (van een kogel) de grond raken
- (ov) op een toets slaanToe we de toetsen van de oude piano aansloegen kwamen er valse tonen uit.
- (ov) beslagen worden
- (juridisch) (financieel) belasten, belasting heffenToen de Nederlandse regering rijke Nederlanders aansloeg met hoge vermogensbelastingen zijn de rijksten naar België gevlucht en leven daar nu verder als Nederbelg.
- wortel schietenHet duurde lang voordat de kiemen van de plantjes aansloegen
Uitdrukkingen
- Een andere toon aanslaan — op een andere manier gaan praten
- Een hoge toon aanslaan — doen alsof je het voor het zeggen hebt
Vertalingen
Engelsstrike, hit, salute
Spaanstocar, saludar, embargar
Poolsuderzyć, zakorzenić się
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek