aanschouw

/ˈansxɑuwt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) aanblik, gezicht
    ..met den eersten aanschouw..|..op het eerste gezicht..
  2. in ~ nemen onder ogen nemen, in de beschouwing betrekken
    U kunt te allen tijde hoogwaardig en duurzaam schilderwerk verwachten, waarbij het milieu altijd in aanschouw wordt genomen.

Etymologie

* van aanschouwen