aanscherpen

/ˈansxɛrpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) scherper maken
    Een beitel aanscherpen.
  2. figuurlijk, ov (figuurlijk) (ov) effectiever maken, erger maken
    Door de vervelende opmerkingen van de leraar werd de ruzie in de klas verder aangescherpt.
    Door de prijzenoorlog werden de prijzen nog verder aangescherpt.
    De minister wil de regelgeving aanscherpen.

Vertalingen

Engelssharpen
Fransaiguiser
Duitsschärfen
Spaansafilar, agudizar, aguzar