aanranden

/ˈanrɑndə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, verouderd (ov) (verouderd) iemand te lijf gaan, fysiek aanvallen
    De Duitsche krijgsraad in Nederland veroordeelde een tramconducteur en een jong meisje elk tot één Jaar gevangenisstraf, respectievelijk wegens het aanranden en het beschimpen van Duitsche soldaten.
  2. ov (ov) (sinds de 20e eeuw) bij iemand ontuchtige, niet-penetratieve handelingen "afdwingen", iemand dwingen tot seksueel contact, zonder penetratie (met de geslachtsdelen of vingers) in de vagina of anus.
    De Rechtbank te Middelburg heeft, wegens feitelijk aanranden van de eerbaarheid, den 20-jarigen Schippersknecht C. L„ te Ierseke, veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf.
    Gister-avond werd in de Groene Hillelaan te Rotterdam een 20-jarig meisje door een onbekend persoon aangerand. Op haar hulpgeroep nam de aanrander de vlucht. Later is op grond van het door het meisje opgegeven signalement aangehouden en ter beschikking van de zedenpolitie gesteld de bootwerker C. d. M.
    De man randde de jonge vrouw aan en kwam daardoor voor lange tijd in de gevangenis terecht.
  3. ov, verouderd (ov) (verouderd) iets (een verdrag, vrijheid, waardigheid) aantasten
    De Gen. Synode van 1923 sprak hierover als haar oordeel uit, dat dergelijke verbintenis van de kerken tegenover elkander niet ongeoorloofd was, indien maar gewaakt werd: a. dat het plichtsbesef der plaatselijke kerken, om voor haar eigen emeritus-predikant of weduwe te zorgen, niet wordt verzwakt, b. dat de meerdere vergaderingen niet de vrijheid der plaatselijke kerken mogen aanranden door haar een dergelijke regeling op te dringen;

Etymologie

* Volksetymologisch gereïnterpreteerd als een 'tekeergaan'.

Vertalingen

Engelsassault, assail, assault sexually
Fransagresser sexuellement, enfreindre
Duitsangreifen
Spaansasaltar, asaltar sexualmente, infringir
Japans突撃
Poolsnapaść
Zweedsangrepp