aanklacht

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈaŋklɑxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) bij de rechtbank ingediende beschuldiging of klacht
    De hondeneigenaar had een aanklacht bij de rechtbank ingediend tegen de te hoge hondenbelasting.
    ‘Die klootzak van een Sander vroeg me of ik nog over een aanklacht had nagedacht.’
    'Of zijn er al eerdere aanklachten of veroordelingen geweest?' 'Nee, geen enkele,' verzekert de vertegenwoordiger van het privébelang meteen.
  2. een gesproken of geschreven beschuldiging
    Zoals Durkheim aantoonde in misschien wel de uitvoerigste aanklacht tegen de moderniteit, is het zelfmoordpercentage in geavanceerde samenlevingen tot wel tien keer zo hoog als in traditionele.
    Het pamflet was een grote aanklacht tegen het koloniale systeem.

Etymologie

* of van aanklagen

Vertalingen

Engelscharge
Franscharge
DuitsAnklage
Spaansacusación, denuncia, cargo
Italiaansindizio