aanhouding

vrouwelijk (de)/ˈanhɑudɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het nog een ogenblik laten doorgaan, iets nog niet meteen afdoen of behandelen
  2. muziek (muziek) het verlengen van een toon of rust
  3. paardrijden (paardrijden) een licht aanhalen van de teugel
  4. juridisch (juridisch) het aanhouden, arrestatie
    Doe er een signalement bij met verzoek tot aanhouding en schakel Interpol in, haal alles uit de kast .

Etymologie

* van aanhouden .

Uitdrukkingen

  • bij aanhouding: voortdurend

Vertalingen

Engelsarrest, detention
Fransarrestation
DuitsVerhaftung
Spaansarresto, detención
Italiaansarresto
Poolszatrzymanie