aanhouding
vrouwelijk (de)/ˈanhɑudɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het nog een ogenblik laten doorgaan, iets nog niet meteen afdoen of behandelen
- (muziek) het verlengen van een toon of rust
- (paardrijden) een licht aanhalen van de teugel
- (juridisch) het aanhouden, arrestatieDoe er een signalement bij met verzoek tot aanhouding en schakel Interpol in, haal alles uit de kast .
Etymologie
* van aanhouden .
Uitdrukkingen
- bij aanhouding: voortdurend
Vertalingen
Engelsarrest, detention
Fransarrestation
DuitsVerhaftung
Spaansarresto, detención
Italiaansarresto
Poolszatrzymanie
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek