aanhouder

mannelijk (de)/ˈanhɑudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand (m.n. een politieagent) die iemand anders aanhoudt, die een aanhouding verricht
  2. iemand die vasthoudend is, niet snel opgeeft, een volhouder

Etymologie

*afgeleid van aanhouden

Uitdrukkingen

  • De aanhouder wintWie lang genoeg volhoudt, krijgt uiteindelijk zijn zin