woorden
boek
Start
›
A
›
aanhorigheid
aanhorigheid
vrouwelijk (de)
/anˈhorəxhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het tot een groep of partij behoren
Zij hadden veel politieke aanhorigheid.
Etymologie
*Afgeleid van aanhorig .
Verwante woorden
aanhaak
aanhaakt
aanhaakte
aanhaakten
aanhaal
aanhaalde
aanhaalden
aanhaalt
aanhad
aanhadden
aanhaken
aanhakend
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← aanhorigheden
aanhoud →