aanhangen
/ˈanhaŋə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) hangend blijven vastzittenEr hing een druppel aan.
- (ov) hangend bevestigenEr werd een merkteken aangehangen.
- (ov) toegedaan zijnHij hing de gedachte aan dat Obama niet in de Verenigde Staten geboren was.
Uitdrukkingen
- met aanhangend water koken — koken zonder extra water toe te voegen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek