aaneenschakeling

vrouwelijk (de)/anˈensxakəlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het aaneenschakelen
    Door de aaneenschakeling zonnecellen in meerdere modules kan deze elektriciteit nuttig gebruikt worden in de woning.
  2. ononderbroken reeks
    Een aaneenschakeling van woningen.
    Zijn leven is een aaneenschakeling van ziekten, rampen en andere ellendigheden, het is een echt tranendal.
    Mijn jeugd is slechts een aaneenschakeling van beelden, geluiden en geuren.

Etymologie

* van aaneenschakelen

Vertalingen

Engelsenchainment
Fransenchaînement
DuitsAneinanderreihung
Spaansencadenamiento