aaien

/ˈajə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zachtjes met de hand iets strelen als liefkozing
    Het meisje aait haar konijn.
    Onze poes spint als zij geaaid wordt.
    Onze hond kwispelt altijd met zijn staart als hij geaaid wordt.
  2. zachtjes aanraken
  3. iemand opzettelijk pijn doen (ironisch)

Etymologie

* In de betekenis van ‘strelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717

Vertalingen

Engelsstroke, pet, caress
Franscaresser
Duitsstreicheln, liebkosen, kosen
Spaansacariciar
Italiaansaccarezzare
Russischгладить
Poolsgładzić, głaskać
Zweedsklappa
Deensstryge