aaien
/ˈajə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) zachtjes met de hand iets strelen als liefkozingHet meisje aait haar konijn.Onze poes spint als zij geaaid wordt.Onze hond kwispelt altijd met zijn staart als hij geaaid wordt.
- zachtjes aanraken
- iemand opzettelijk pijn doen (ironisch)
Etymologie
* In de betekenis van ‘strelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1717
Vertalingen
Engelsstroke, pet, caress
Franscaresser
Duitsstreicheln, liebkosen, kosen
Spaansacariciar
Italiaansaccarezzare
Russischгладить
Poolsgładzić, głaskać
Zweedsklappa
Deensstryge
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek