Volksverhuizing

vrouwelijk (de)/ˈvɔlksvərˌhœyzɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geschiedenis (geschiedenis) een massale migratie van een heel volk of hele volksstam
    De 5e eeuw staat bekend om zijn volksverhuizingen.
  2. figuurlijk, schertsend (figuurlijk) (schertsend) massale of wanordelijke verplaatsing van een groep mensen
    Met de zomervakantie komt ook de jaarlijkse volksverhuizing naar de Waddeneilanden weer op gang.