Violet
onzijdig (het)/ˌvijoˈlɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) een kleur tussen blauw en ultraviolet, met een golflengte tussen de 430 en 380 nmRood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet zijn de zeven kleuren van de regenboog.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleurnaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsviolet
Fransviolet
DuitsViolett
Spaansvioleta
Italiaansvioletto
Portugeesvioleta
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek