Vingerhoed
mannelijk (de)/'vɪŋərˌɦut/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- hard dopje dat het eerste kootje van de vinger beschermt bij het naaienIn Nederland doet de metalen vingerhoed rond de 13e eeuw zijn intrede.
Vertalingen
Engelsthimble
Fransdé à coudre
DuitsFingerhut
Spaansdedal
Italiaansditale
Russischнапёрсток
Poolsnaparstek
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek