Trompet
mannelijk/vrouwelijk (de)/trɔmˈpɛt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziekinstrument) koperen blaasinstrument met ventielenIk speel al twee jaar lang op de trompet.
Etymologie
*via Middelnederlands "trompette" van "trompette", in de betekenis van ‘blaasinstrument’ aangetroffen vanaf 1350
Vertalingen
Engelstrumpet
Franstrompette
DuitsTrompete
Spaanstrompeta
Italiaanstromba
Portugeestrombeta
Russischтруба
Chinees喇叭
Japansトランペット
Koreaans트럼펫
Arabischبوق
Turkstrampet
Poolstrąbka
Zweedstrumpet
Deenstrompet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek