Tromp

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (veroud.) iets wat een doffe klank voortbrengt (blaashoorn, midwinterhoorn, olifantssnuit, geweer, kanon)
  2. (veroud.) het mondstuk van een geweer of andersoortige vuurmond, waarlangs vroeger de munitie werd ingebracht
  3. het mondstuk van een brandweerslang
  4. de slurf van een olifant
  5. koepel of overgangslid om een vierhoekige onderbouw te geleiden naar een veelhoekige of ronde bovenbouw
  6. (veroud.) blazen op een trompet
  7. het blazen van een olifant