Tollenaar
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ambtenaar die tol, belasting of pacht heftDe wetenschap de tollenaar te slim af te zijn geweest gaf de Belgian dentist zo’n zalig gevoel dat hij zich gewillig liet bedonderen door zijn bank.de Standaard 24 JUNI 2016 Bart SturtewagenOmdat de douaneambtenaren twijfelden aan haar verklaring, besloten ze het voertuig te inspecteren. Een tollenaar vond vervolgens in de bagageruimte achter een wand een lichte zak met diverse in folie verzegelde pakketten. De inhoud bestond uit 15,2 kilogram hasj.Tubantia Ron Hemmink 24-MAART-2017
Etymologie
*afgeleid van tol
Uitdrukkingen
- hoer en tollenaar zijn onze lieve Heer ook dierbaar — God houdt van iedereen
Vertalingen
Engelstax collector, revenue agent, publican
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek