tolbaas
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ambtenaar die werkt bij een tolAan dien tol behoeven de wielrijders geen tolgeld te betalen, maar daar tegenover is de tolbaas ook niet verplicht den boom te openen; dit mogen de wielrijders zelven doen en moeten daartoe vrijelijk in de gelegenheid worden gesteld. (1899)–Frans Netscher [https://www.dbnl.org/tekst/nets002uitm01_01/nets002uitm01_01_0008.php Uit mijne sportportefeuille]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek