Tiendweg
mannelijk (de)/ˈtintwɛx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) (waterbeheer) ontsluitingsweg in een polder, vaak iets verhoogd aangelegd met aan beide zijden een sloot, lijkt daarom op een dijkje{{ouds
Etymologie
*, waarin "tiend" kan verwijzen naar de belasting waarmee de weg werd gefinancierd of een verbastering kan zijn van teen "tak van een wilg" omdat die bij de aanleg werden gebruikt of omdat er wilgen langs geplant waren
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek