T-kruising
vrouwelijk (de)/ˈtekrœysɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) driesprong waarbij twee armen in elkaars verlengde liggen, waar de derde arm loodrecht op staatNu zien we een rustige straat, met aan het einde een T-kruising met een drukke winkelstraat.
Etymologie
* , ; in de betekenis van ‘kruising waarbij een weg loodrecht op een andere staat’ aangetroffen vanaf 1970
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek