Steenbreek
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor bergplanten uit het geslacht die vooral op kalkrijke grond groeien
Etymologie
*van Middelnederlands "steenbreke", in de betekenis van ‘plant’ aangetroffen vanaf 1226; op te vatten als , omdat de wortels in staat lijken door rotsen te breken
Vertalingen
Engelssaxifrage
Spaanssaxífraga
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek