Steeg

mannelijk/vrouwelijk (de)/stex/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer smal straatje
    Zo zat ik ook toen in een grote hal op de grond, op mijn gitaar tokkelend en liedjes zingend te midden van de actievoerders in het Maagdenhuis, waar we uiteindelijk via een hoge balk over de naastliggende steeg weer uit vertrokken.

Etymologie

* (erfwoord): Middelnederlands stēge, steech 'straatje, pad, smalle weg', uit Oudnederlands stēga ‘trap’, ontwikkeld uit Westgermaans *stigō- ‘steile weg’, afleiding van het ww. *stīgan-; waarvoor zie stijgen. Evenzo Middelnederduits stēge ‘steile weg, helling’ en Oudhoogduits stega ‘trap’.

Vertalingen

Engelsalley
DuitsGasse
Spaanspasadizo
Russischпереулок