Speelman
mannelijk (de)/ˈspelmɑn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (middeleeuwen), (cultuur), (muziek), (verouderd) (beroep) een in het Zuid-Frankrijk van weleer, langs kastelen en vorstenhoven rondreizend kunstenaar, musicus, zanger van liederen en voordrager van gedichten, balladen e.d.De onbekende speelman maakte met z'n voordracht een diepe indruk op de gasten.
- (cultuur), (muziek), (verouderd) een langs herbergen, jaarmarkten rondtrekkend artiest, muzikant, zanger van liedjes en komediantMet z'n grappen en vrolijke wijsjes bracht de speelman het publiek in een uitgelaten stemming.
Uitdrukkingen
- De speelman zit er op het dak — Het is er een vrolijke boel
- De speelman zit bij hen nog op het dak — Zij zijn nog in hun wittebroodsweken
Vertalingen
Engelsminstrel, troubadour, minstrel
Fransménestrel, jongleur, ménestrel
DuitsSpielmann, Minstrel, Spielmann
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek