Speek
mannelijk/vrouwelijk (de)/spek/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dun, staafvormig stuk metaal dat de verbinding vormt tussen velg en as van een wiel
- staaf metaal in het algemeen, zoals die bijvoorbeeld als hefboom kan worden gebruikt
zelfstandig naamwoord
- (spreektaal) vocht dat in de mond wordt uitgescheiden en soms in kleine hoeveelheden wordt uitgespuugd
Etymologie
*[B] van Middelnederlands "speke", op te vatten als (verkorting) van "speeksel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek