Raken

/ˈrakə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een klap, schot of stoot toebrengen
    Hij raakt de paal met zijn hand/met de bal.
  2. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) emoties opwekken
    Die grootmoedige houding raakt me.
    De deze week op 78-jarige leeftijd overleden Liesbeth List heeft een hoop mensen geraakt met haar stem, haar muziek en door wie ze was. NU.nl spreekt met verschillende artiesten en acteurs die speciale herinneringen aan haar ophalen.
    Moeilijke dingen, dingen die me raken, dingen waar ik niet altijd even goed raad mee weet.
werkwoord
  1. erga (erga) in een bepaalde toestand of situatie komen
    Dit is in de vergetelheid geraakt.
  2. auxl (auxl) maakt een ergatieve constructie met een bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord
    Hij is daardoor verlamd geraakt.
werkwoord
  1. ov, verouderd (ov)(verouderd) harken
  2. ov, verouderd (ov)(verouderd) poken

Etymologie

* In de betekenis van ‘treffen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Uitdrukkingen

  • in een slip raken
  • in paniek raken
  • gewond raken

Vertalingen

Engelshit, touch, ramme
Duitsberühren, treffen, berühren