Quant

/kwɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. natuurkunde (natuurkunde) de kleinste, ondeelbare hoeveelheid van een grootheid die bij een interactie betrokken kan zijn, kwantum
    De quanten van het ultraviolette deel van het spectrum zijn energierijker dan die van het zichtbare deel.

Etymologie

* In de betekenis van ‘energieportie’ voor het eerst aangetroffen in 1937