kwantum
onzijdig (het)/ˈkwɑntʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) de kleinste karakteristieke eenheid van een natuurkundige grootheid zoals energie, massa, werking enz
- (grote) hoeveelheid goederen
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘hoeveelheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1732
Vertalingen
Engelsquantum
Fransquantum
DuitsQuant
Spaanscuanto
Turkskuvantum
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek