Plantage

vrouwelijk (de)/plɑnˈtaʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. landbouw (landbouw) een uitgestrekt stuk grond waarop op grote schaal, gewoonlijk tropische, gewassen in monocultuur verbouwd worden

Etymologie

* van "plantage", op te vatten als van planten , in de betekenis van ‘beplanting’ voor het eerst aangetroffen in 1560

Vertalingen

Engelsplantation
Spaansplantación