Plaats

mannelijk/vrouwelijk (de)/plats/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bepaalde ruimte of een bepaald punt in de ruimte
    De plaats van het ongeval bleef wekenlang afgespannen met politielint.
    Er was geen plaats voor hem om te gaan zitten.
  2. een plein
    Ik ontmoette hem op de meest centrale plaats van het dorp.
  3. een dorp of stad (woonplaats)
    De plaats waar hij vandaan kwam, bleef lange tijd een vraagteken voor zijn klasgenoten.
  4. een kleine ruimte achter een huis
    Op het plaatsje kwam helemaal geen zon.

Etymologie

:: بلاط, : piazza, : praça, : plaza, : plaz

Uitdrukkingen

  • in plaats vanals vervanging van
  • op zijn plaats
  • ter plaatse
  • De juiste man op de juiste plaats zijnzeer geschikt zijn voor het werk
  • Een goed woord vindt altijd een goede plaats
  • Het hart op de rechte plaats hebbeneerlijk zijn
  • Iemand op zijn plaats zettenIemand terechtwijzen [https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/stoe002nede01_01_1709.phpv1657 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelsplace, court, courtyard
Fransplace, localité
DuitsPlatz, Platz, Ortschaft
Spaanslocalidad, lugar, sitio
Russischместо, площадь, поселение
Poolsmiejsce, plac, miejscowość