Oorlogswinter

mannelijk (de)/ˈorlɔxsˌwɪntər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. winter tijdens een oorlog
    De Oekraïense regering probeert de bevolking gerust te stellen, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft gewaarschuwd voor een oorlogswinter in Oekraïne die miljoenen mensenlevens bedreigt.
    In de oorlogswinter kocht hij [Van Ginneken] een pak van V&D en liep er triomfantelijk mee rond.