Ooievaar

mannelijk (de)/ˈojəˌvar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ooievaarachtigen (ooievaarachtigen) bepaald soort grote witte vogel met zwarte vleugelranden en rode poten,

Etymologie

*van Middelnederlands "odevare", in de betekenis van ‘reigerachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsstork
Franscigogne
DuitsStorch
Spaanscigüeña
Italiaanscicogna
Portugeescegonha
Russischаист
Chinees白鹳
Japansシュバシコウ
Koreaans홍부리황새
Arabischلقلق أبيض
Turksleylek
Poolsbocian
Zweedsstork
Deensstork