Kiel

mannelijk (de)/kil/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) verlenging van de onderzijde van een (zeil)schip die dient om het verlijeren tegen te gaan en het schip een grotere stabiliteit te geven
zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) kledingstuk zonder voorsluiting dat het bovenlichaam bedekt en onder landbouwers populair was
zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) wigvormig pennetje waarmee in toetsinstrumenten zoals een klavecimbel, een snaar wordt getokkeld
    De kiel of plectrum werd vroeger van een ravenpen gemaakt.
  2. wigvormig uitgegraven sleuf in de bodem
  3. voorwerp dat in een spitse rand toeloopt

Etymologie

*[C] van Middelnederlands "kile"

Vertalingen

Engelskeel, blouse, overalls
Fransquille, plectr, bec
DuitsKiel, Kiel
Spaansquilla, blusa
Italiaanschiglia
Zweedsköl
Deenskøl