Kamerlid

onzijdig (het)/ˈkamərˌlɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een zetel in een der kamers van de volksvertegenwoordiging bekleedt
    Na dit schandaal traden een aantal ervaren Kamerleden af.
    Kamerlid Wybren van Haga van de VVD wist eind november de aandacht van bijna de gehele media op zich te vestigen met een voorstel geld vrij te maken voor geboortebeperking in Afrika, omdat dat ‘meer rendement oplevert dan investeren in honger of onderwijs’. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 [https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/bevolkingsgroei-maakt-een-welvarend-en-groen-afrika-mogelijk~bff6f0a1/ Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk]

Vertalingen

EngelsMP
Fransdéputé
DuitsAbgeordneter, Parlamentsmitglied, Volksvertreter