Hulst
mannelijk (de)/hʏlst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) bepaald soort groenblijvende boom of heester met stekelige leerachtige bladeren en rode bessen, , die inheems is in de Benelux en tot 10 meter hoog kan wordenDe klimop en de hulst werden in heidense tijden gezien als en symbool van de komende lente.
Etymologie
*(erfwoord) via Middelnederlands "huls" van Oudnederlands "hulis", in de betekenis van ‘heester’ voor het eerst aangetroffen in 710
Vertalingen
Engelsholly
Franshoux
DuitsStechpalme, Hülse
Spaansacebo
Italiaansagrifoglio
Portugeesazevinho
Russischпадуб
Japansセイヨウヒイラギ
Poolsostrokrzew
Zweedsjärnek
Deenskristtorn
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek