Hoeker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw
- (scheepvaart) vissersboot waarop met een hoekwant gevist werd
Etymologie
* van hoeken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek