Griend

mannelijk (de)/ɣrint/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. opgeslibd gebied waar veel rijshout groeit
    Eeuwenlang werkte men hier zomers bij de dijken den 's winters in de grienden
  2. rietland
  3. walvisachtigen (walvisachtigen) bepaald soort zeezoogdier, , een stevige zwarte walvis, met bolvormig voorhoofd en een heel kleine snuit

Etymologie

*[3] van "grind", in de betekenis van ‘griend walvisachtige’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1864

Vertalingen

Engelslong-finned pilotwhale, pothead whale
Fransglobicephale noir
DuitsGrindwal